Gaan de hersenen van gezonde mensen beter functioneren door B-vitaminen of omega-3-vetzuren

Nederlandse voedingexperts hebben op verzoek van de Hersenstichting de wetenschappelijke publicaties wereldwijd doorgekeken naar een antwoord op deze vraag.

Zij komen tot de conclusie dat de resultaten van onderzoek om aan te tonen dat deze stoffen de hersenen beter laten werken niet altijd door andere onderzoeken bevestigd kunnen worden. De resultaten van deze studie zijn gepubliceerd in het internationale voedingstijdschrift Annals of Nutrition and Metabolism.

De Hersenstichting nam het initiatief voor deze studie omdat er in de media vaak uitspraken worden gedaan over voeding en hersenen, maar dat niet altijd duidelijk is of de uitspraken berusten op goed en gedegen onderzoek. Het onderzoek werd uitgevoerd door zowel voedingsonderzoekers onder andere van de Wageningen UR als neuro-onderzoekers.

De hersenen worden beïnvloed door vele factoren waaronder voeding. Hoewel dit logisch lijkt, is er nog bijzonder weinig bekend over de relatie tussen hersenen en voeding. Uit onderzoek is inmiddels genoegzaam bekend dat er essentiële voedingsstoffen zijn die, wanneer je ze niet of onvoldoende nuttigt, leiden tot neurale schade, groeiachterstand of  verstandelijke handicap. Bijvoorbeeld een gebrek aan foliumzuur tijdens de zwangerschap kan het zogenaamde ‘open ruggetje’ tot gevolg hebben.

Maar hoe werkt voeding op de hersenen van gezonde, weldoorvoede mensen in de westerse wereld? Om hiervan een beter beeld te krijgen hebben onderzoekers een analyse gemaakt van overzichtsstudies naar eerder gepubliceerde resultaten. Om harde uitspraken te kunnen onderbouwen moeten verschillende soorten studies bij eenzelfde groep mensen tot min of meer dezelfde conclusie leiden.

 

Uit de studies blijkt dat B-vitamines (met name vitamine B6, B12 en foliumzuur) en de zogenaamde n-3 meervoudig onverzadigde vetzuren (waaronder de omega-3-vetzuren, EPA en DHA) veelbelovende kandidaten zijn om de werking van de hersenen positief te beïnvloeden. In totaal zijn er 19 paraplu-studies op het terrein van B-vitamines bekeken en 16 op het terrein van omega-3 vetzuren. Er was geen enkele studie te vinden die beide onderwerpen in rapportage had. Deze publicaties gaven inzicht in 232 onderzoeken betreffende cognitief functioneren en 90 onderzoeken over de effecten van B-vitamines en omega-3 vetzuren op stemming en stemmingstoornissen. Nieuw is dat in deze studie voor beide groepen voedingsstoffen, voor elke levensfase uitgebreid in kaart is gebracht welke associaties en effecten zijn gevonden op hersenontwikkeling, hersenfuncties en geestelijk welbevinden. De uitkomsten geven helaas nog geen eenduidig beeld: resultaten uit observationele studies laten vaak positieve effecten zien, maar grote experimentele studies bevestigen deze positieve uitkomsten lang niet altijd. Bijvoorbeeld in 28 observationele studies naar de invloed van omega-3-vetzuren op het denkvermogen van ouderen werd in 21 studies een positief resultaat gevonden. Echter in 12 experimentele studies werd in slechts in 6 ervan een beperkt positief effect gevonden en door de andere 6 onderzoeken niet.

 

De conclusie van het artikel is dat er zeker voor de B-vitaminen nog meer onderzoek nodig is om een antwoord te kunnen geven op de vraag of hersenen er beter door gaan functioneren en men zich beter gaat voelen. Ook voor omega-3 vetzuren is nog meer onderzoek nodig, maar daar zijn de resultaten van al uitgevoerde studies toch veelal positief. Voor uitspraken over het effect van voeding op hersenen voor grote groepen gezonde mensen is dus nog méér en vooral ander onderzoek nodig. De aanbeveling is dan ook om meer experimenteel langlopend onderzoek te doen naar effecten in verschillende levensfasen. Daarbij zou het goed zijn om niet zozeer te kijken naar de geïsoleerde effecten van één voedingsstof, maar meer naar het gehele voedingspakket. Ook de invloeden van andere genetische en biologische factoren zouden bestudeerd moeten worden. De laatste paar maanden zijn er ook een aantal studies verschenen die hersenscans als uitkomstmaat gebruiken. Deze vielen buiten de zoekcriteria van het overzichtsartikel, maar laten overwegend positieve associaties zien tussen onder andere een betere B-vitamine status en het behoud van specifieke structuren in de hersenen. Dit soort onderzoek is veelbelovend en van toegevoegde waarde om meer gefundeerde uitspraken te doen over hoe voedingsstoffen precies ingrijpen op de biologische processen in de hersenen.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.